Slechts 15 procent in Rotterdam-Rijnmond heeft een compleet noodpakket

Ruim de helft van de inwoners van de regio Rotterdam-Rijnmond is bezig met een noodpakket of heeft er al een. Maar slechts 15 procent heeft een pakket dat echt compleet is. Dat blijkt uit een flitspeiling van Ipsos I&O in opdracht van Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, waarover Havenloods en Dagblad010 op 4 november berichtten. Het laat zien waar het bij veel huishoudens nog wringt: begonnen is niet hetzelfde als klaar.

Wat blijkt uit de peiling?

53 procent van de inwoners heeft een noodpakket, of is er een aan het samenstellen. Twee op de drie inwoners (66 procent) hebben minstens één maatregel genomen, bijvoorbeeld voor een langdurige stroomuitval of een storing in de drinkwatervoorziening. Toch is het aandeel met een volledig pakket klein.

Ook het gesprek erover neemt af. In juni praatte 45 procent met anderen over voorbereiden op een noodsituatie, nu is dat 39 procent. Slechts 23 procent heeft afspraken gemaakt met huisgenoten, familie of buren over wat ze doen als het misgaat. Wel is het aandeel dat van plan is een noodpakket en noodplan te maken gestegen, van 10 naar 14 procent.

Opvallend is de vraag naar informatie. 55 procent wil meer uitleg van de overheid. Maar 12 procent weet wat een noodsteunpunt is, de plek in de wijk waar je bij een grote storing terecht kunt voor informatie en hulp. Gemeenten en de veiligheidsregio oefenen daar in 2026 mee, met als doel een netwerk in 2027. Eerder schreven we al over gemeenten die oefenen met noodsteunpunten.

De veiligheidsregio sluit met haar campagne aan bij de landelijke Denk vooruit-campagne van de Rijksoverheid. Algemeen directeur Arjen Littooij zegt daarover: "Een noodsituatie komt vaak onverwacht."

Wat betekent dit voor jouw huishouden?

De cijfers gaan over Rotterdam-Rijnmond, maar het patroon herken je overal. Veel mensen hebben een zaklamp in de la en een paar flessen water in de kast. Dat is een begin. Of het genoeg is voor drie dagen zonder stroom, water of internet, weet je pas als je het naast een lijst legt.

Een half pakket valt vaak tegen op de momenten dat het telt. Denk aan een radio zonder batterijen, geen contant geld als pinnen niet werkt, of te weinig eten voor het hele gezin. Daarnaast helpt een pakket minder als niemand in huis weet waar het staat of wat de afspraken zijn.

Zo maak je je noodpakket compleet

De Rijksoverheid adviseert om je huishouden voor te bereiden op de eerste 72 uur na een ramp of noodsituatie. Loop je voorraad na aan de hand van deze punten:

  • een zaklamp, met reservebatterijen;
  • een radio op batterijen of een opwindradio, zodat je de rampenzender kunt volgen;
  • eten en drinken dat lang goed blijft, genoeg voor iedereen in huis;
  • contant geld: de overheid adviseert 70 euro per volwassene en 30 euro per kind, in verschillende biljetten en munten;
  • wat jouw huishouden extra nodig heeft, zoals medicijnen, babyvoeding en eten voor huisdieren.

Maak daarna een eenvoudig noodplan. Spreek af hoe je elkaar bereikt als telefoon en internet niet werken, en wie bij buren of familie gaat kijken. Dat is precies het onderdeel dat volgens de peiling bij de meeste mensen ontbreekt.

Wil je niet alles los bij elkaar zoeken, kijk dan naar onze kant-en-klare noodpakketten of de noodpakketten voor gezinnen. Daarmee heb je de basis in één keer in huis en hoef je alleen nog aan te vullen wat specifiek voor jouw huishouden is.

Veelgestelde vragen

Wanneer is een noodpakket compleet?

Als je huishouden er de eerste 72 uur mee vooruit kan zonder stroom, kraanwater of internet. Volgens het overheidsadvies horen daar in ieder geval licht, een radio op batterijen, lang houdbaar eten en drinken en contant geld bij, plus wat jouw gezin persoonlijk nodig heeft.

Wat is een noodsteunpunt?

Een plek in de buurt, vaak een buurthuis of dorpshuis, waar je bij een grote storing terecht kunt voor informatie en hulp. Gemeenten bouwen dit netwerk de komende tijd op. Een noodsteunpunt vervangt je eigen voorraad niet.

Hoe vaak moet ik mijn noodpakket controleren?

Kies een vast moment, bijvoorbeeld elk halfjaar. Zo vervang je houdbaarheidsdata, batterijen en medicijnen op tijd en weet je zeker dat het contant geld er nog zit.

Bronnen

Zurück zum Blog